Handelshuur: Voertuigen zijn ook stofferende huisraad

In tijden van crisis is de nauwe opvolging van huurders geen overbodige luxe. In geval van faling zal de huurwaarborg vaak onvoldoende blijken om de reeds opgelopen achterstallen te dekken.

Als stok achter de deur beschikt de verhuurder van een handelspand wel over een bijzonder voorrecht op de goederen welke zich in het onroerend goed bevinden.

Dit betekent dat indien de handelszaak de boeken neerlegt de verhuurder quasi exclusief de opbrengst toebedeeld krijgt van de verkoop van de nog aanwezige roerende goederen (voorraad edm) door de Curator. De hypotheekwet omschrijft het voorrecht als volgt:

Artikel 20 Hyp W.

De schuldvorderingen, op bepaalde roerende goederen bevoorrecht, zijn

1° De huur- en pachtgelden van onroerende goederen zijn bevoorrecht op de vruchten van de oogst van het jaar, en op de waarde van al hetgeen het verhuurde huis of de hoeve stoffeert en, van al hetgeen tot de exploitatie van de hoeve dient;

Bij de afwikkeling van de faling is er discussie ontstaan tussen de curator en de verhuurder over het feit of ook bestelwagens tot de “stofferende huisraad” behoorde.

Deze discussie was voor de verhuurder niet zonder gevolg aangezien de opbrengst van de verkoop van de 2 wagens zijn openstaande vordering konden dekken en één en ander een netto verschil zou betekenen van 20.000 EUR…

 

 

De curator meende dat die voertuigen in casu niet beantwoorden aan de voorwaarden van art. 20.1° Hyp.W.  waarbij deze in eerste instantie verwees naar het bij uitstek mobiel karakter van een autovoertuig, dat ingevolge het gebruik voortdurend wordt verplaatst.

De rechtbank volgde echter de stelling van de verhuurder en motiveerde dit als volgt:

De bepaling ‘al wat het verhuurde huis stoffeert’ dient ruim te worden opgevat. De meerderheid van de rechtspraak heeft zo reeds geruime tijd afstand gedaan van de bestendigheidsvereiste waaraan de stofferende huisraad oorspronkelijk diende te beantwoorden. Van auto’s, vliegtuigen en bromfietsen wordt aanvaard dat ze onder het voorrecht ressorteren indien de andere voorwaarden voldaan zijn, terwijl ze niet duurzaam toebehoren aan het gehuurde goed (R. Parijs, Voorrechten en hypotheken, Artikelsgewijze Commentaar, art. 20.1° Hyp. W., randnummer 20; Antwerpen 28.3.1984, RW 1984-85, 2916; Antwerpen 23.2.2005, RW 2006-2007, 652).

De curator betwist ook de andere voorwaarde, met name de bijdrage tot het genot of de exploitatie van het gehuurde goed.

Uit de dossierstukken van xxx blijkt dat het om vrij grote bestelwagens gaat; door behulp van de laadbak werden volgens xxx dagelijks bestellingen geleverd aan klanten. Deze verklaring is aannemelijk. Alleszins heeft een dergelijke handelszaak dergelijke bestelwagens nodig voor het uitoefenen van haar activiteiten.

De Bestelwagens dienen dan ook geacht te hebben bijgedragen tot de exploitatie van de handelszaak, zodat hij een bijzondere gehechtheid bezat met de bedrijvigheid van de gefailleerde.

De curator werd in dit dossier dus in het ongelijk gesteld en werd bovendien ook veroordeeld tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding aan de verhuurder.

In geval van faling moet U zich als verhuurder niet te snel de mond laten snoeren. Er zijn hier wel degelijk mogelijkheden voor de verhuurder maar kort op de bal spelen is en blijft noodzakelijk.

 

05. March 2014 by Tim De Clercq
Categories: Nieuws, Publicaties | Leave a comment