Invorderingen: Talo dwingt snelle beslissingen af voor de rechtbank

Wellicht een bekend beeld: U leverde tijdig alle goederen zoals gevraagd, ook de kleine beschadigingen werden meteen vervangen door nieuwe goederen maar betaling van de factuur blijft uit…

De factuur wordt niet betwist en ook op de ingebrekestelling per e-mail wordt niet gereageerd door de debiteur.

In geval het dan toch tot een procedure komt zal de klant/debiteur geen verweer meer kunnen laten gelden en beslist de rechtbank meteen op de inleidingszitting! Geen uitstel maar onmiddellijk een vonnis zodat uw vordering op korte termijn kan worden veilig gesteld.

Hoe werkt dit nu in de praktijk? Talo vraagt – in haar dagvaarding voor de rechtbank – om de procedure in korte debatten te behandelen (735 Ger. W.) teneinde een snelle beoordeling mogelijk te maken.

 Het was de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever de behandeling van zaken door middel van korte debatten aan te moedigen en dit tevens met het oog op het terugdringen van de gerechtelijke achterstand.

(E. Brewaeys, Gerechtelijk recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, I, Deel IV, Boek II, Titel II, Hfdst. II, Afd. I, Ger. W. Art. 735 Ger.W. (1) 3 januari 1993; Gedr. St. Senaat, 1990-91, 1198-1; Gedr. St. Senaat, 1991-92, 301-1).

De rechter volgde hierin de redenering van Talo Advocaten en sprak volgend vonnis uit:

Indien een partij op de inleidende dagvaarding om een procedure in korte debatten verzoekt, verwijzend naar artikel 735 § 1 Ger.W. en de verwerende partij van oordeel is dat de zaak niet in korte debatten kan worden behandeld, dan is het aan de verwerende partij om op deze inleidende zitting, hetzij bij conclusie hetzij mondeling, het voorwerp van de betwisting te schetsen.

De houding die de verweerder zal aannemen, bepaalt in niet onbelangrijke mate het lot dat aan de zaak op de inleidingszitting zal worden toebedeeld.

De eiser weet dikwijls niet welke middelen en argumenten de verweerder zal laten gelden en over welke doorslaggevende stukken deze beschikt. (E. Brewaeys, o.c.)

Het is de partij die zich verzet tegen de behandeling in korte debatten die moet aantonen dat deze niet volstaan. Op de verweerder rust derhalve de verplichting mondeling of schriftelijk kort zijn verweer te schetsen op de inleidende zitting. (E. Breawaeys, o.c.)

Alleen op deze wijze kan de rechter immers oordelen of de eisende partij geen misbruik maakt van zijn recht de korte debatten procedure te eisen.

Artikel 735 § 1 Ger.W. is een maatregel welke moet verhinderen dat door louter dilatoire middelen, in relatief eenvoudige zaken, de beslechting van het geschil vertraging oploopt. Zeker in het handelsleven, waar vaak de onmogelijkheid tot betalen een feit is, moet de rechter door een strikte toepassing van artikel 735 § 1 Ger.W. vermijden dat voor relatief eenvoudige zaken de beslechting van het geschil op de lange baan wordt geschoven.

Voor de toepassing van artikel 735 § 1 Ger.W. is niet de hoogte van het gevorderde bedrag relevant, maar wel de al of niet complexiteit van de betwisting.

De vordering werd gegrond verklaard en tegenpartij werd veroordeeld tot de intresten, het schadebeding en de kosten van het geding op de eerste zitting.

02. October 2013 by Tim De Clercq
Categories: Nieuws, Publicaties | Leave a comment